TL;DR
De coterie is na de chaos in Vaticaanstad volledig uit elkaar gevallen. Battista bereikt samen met Immaculato de vertrekken van Kardinaal Mendoza, maar wordt daar niet door zijn sire ontvangen. In plaats daarvan treft hij vader Theodoor, Mendoza’s trouwe ghoul, die hem warm verwelkomt en vertelt dat de kardinaal al lange tijd afwezig is.
Lucrezia bereikt onder een kruisvaarderskerkhof de geheime schuilplaats van de Schaduwachters. Daar wordt zij erkend als zuster van de duisternis, maar ook geconfronteerd met een gevaarlijke vraag: Leonardo mag volgens hen niet slagen in zijn plannen met Giancarlo’s duistere machine. De Schaduwachters vrezen dat de machine de Abyss verstoort, hun paden breekt en het groeiende Gulden Gordijn niet langer te weerstaan maakt.
Cedric sleept zichzelf zwaar gewond uit de Tiber, geneest zijn wonden met bloed en ontmoet via een vraatzuchtige rat de Nosferatu Robin, bijgenaamd De Haan. Na een gespannen confrontatie blijkt Robin vooral Cedrics houding te testen. Hij bevestigt dat de Nosferatu de ondergrond van Rome claimen, maar ook dat de Witte Duif, nu Carpe Noctum, onder een oud verbond valt zolang het een sanctuary blijft.
Battista hoort van vader Theodoor hoe ernstig de crisis rond de kerk is geworden. Paus Innocentius heeft zichzelf opgesloten en weigert met de wereld te spreken, terwijl riddelijke orden, Stilieten, de Inquisitie, de keizer en de antipaus allemaal aan de randen van de macht trekken. Wanneer Battista later met Auspex probeert de geest achter de pauselijke deur te lezen, vangt hij gedachten op over een eed, een tuin met doorns en rozen, en een belofte aan “haar”. Daarna kijkt iets via het kruisbeeld terug en verliest Battista zijn zicht.
Battista bij vader Theodoor
Battista en Immaculato bereiken de vertrekken van Kardinaal Mendoza in Vaticaanstad. De kamers zijn sober als kloostercellen, maar duidelijk bedoeld voor iemand van hoge kerkelijke status: zwart en wit marmer, een houten bureau, een gulden crucifix, relieken, reisobjecten, boeken en kerkelijke geschriften. De ruimte voelt warm en vreemd genoeg uitnodigend. Het geloof is hier nog altijd aanwezig, maar minder scherp gericht dan buiten in Vaticaanstad.
Niet Mendoza zelf, maar vader Theodoor ontvangt hen. Theodoor is een brede, warme, ronde man met een grote baard, rossige neus, fonkelende ogen en de uitstraling van een oprechte broeder. Hij is Mendoza’s ghoul en al sinds Battista’s siring aan de kardinaal verbonden. Hij begroet Battista met een hartelijke omhelzing, kust hem op beide wangen en noemt hem broeder. Ook Immaculato wordt zonder aarzeling verwelkomd.
Theodoor is openhartig, vriendelijk en bijna ontwapenend eerlijk. Hij biedt wijn aan, vertelt over zijn eigen geschiedenis als dienaar van Mendoza en spreekt met diepe dankbaarheid over de communie van bloed die hij van de kardinaal heeft ontvangen. Voor Immaculato is dit confronterend: Theodoor is ook een ghoul, maar draagt zijn band met zijn meester heel anders dan Immaculato dat doet.
Onderzoek naar de Rode Plaag
Battista vertelt dat hij onderzoek doet naar de bloedkwaal, de Rode Plaag. Theodoor bevestigt dat Kardinaal Mendoza ooit vroege berichten over deze ziekte hoorde. Destijds leek het nog geen grote dreiging. Mendoza sprak de laatste riten uit over enkele slachtoffers en probeerde te begrijpen wat hun geesten aan deze zijde hield, maar hij heeft Theodoor weinig kunnen vertellen.
Sindsdien is Mendoza uit Rome vertrokken. Hij reist door Europa, mogelijk zelfs daarbuiten, en stuurt slechts sporadisch bericht. Theodoor doet zijn best om Mendoza’s zaken in Rome waar te nemen, maar voelt dat zijn eigen kracht en helderheid afnemen nu hij al jaren zonder nieuwe communie van zijn meester leeft.
Battista vraagt toegang tot de bibliotheek en zoekt daarnaast een kruid: Leugenaarstranen. Theodoor herkent de naam. Het kruid groeit vermoedelijk in de pauselijke tuinen, in een deel waar medicinale en giftige planten worden gehouden. Theodoor weet niet welke geneeskrachtige werking het heeft, maar begrijpt dat gif soms ook een ziekte kan bestrijden. Hij biedt aan Battista naar de tuinen te begeleiden.
Immaculato en de biecht
Immaculato vraagt of het mogelijk is om de Sint-Pieter binnen te gaan voor boete en biecht. Battista heeft hem eerder beloofd hem daarheen te brengen. Theodoor begrijpt de wens en ziet de diepe band tussen Battista en Immaculato, maar waarschuwt onmiddellijk dat dit niet lichtvaardig kan gebeuren.
Volgens Theodoor heeft de biecht of communie op deze plaats een grote spirituele kracht. Voor hemzelf heeft de communie van Mendoza rust, voeding en zegening gebracht, zelfs na jaren van afwezigheid. Voor Immacolato zou een dergelijke rite mogelijk een diepe verheffing kunnen betekenen, maar ook gevaar. De basiliek is één van de heiligste plaatsen van Europa. Zelfs Mendoza bereidt zich op zulke momenten voor met vasten, olie, gebed en meditatie.
Battista erkent dat hij het risico onderschat heeft. Hij besluit dat hij meer tijd nodig heeft om zichzelf en Immaculato voor te bereiden. Immaculato accepteert dit, zij het met moeite, en spreekt zijn vertrouwen uit dat Battista het juiste moment zal kiezen.
De gevangenschap van de paus
Wanneer Battista vraagt of hij zijn bezoek aan Vaticaanstad kan verlengen voor onderzoek en voorbereiding, legt Theodoor uit dat dit moeilijk is. De aanwezigheid van vampieren in Vaticaanstad is alleen mogelijk dankzij uitzonderlijke dispensaties. Die dispensatie geldt niet zomaar voor Battista, en de paus kan geen nieuwe toestemming geven, omdat hij zichzelf gevangen heeft gezet.
Theodoor vertelt het verhaal van de kerkelijke crisis. De vorige paus was werelds, politiek actief en betrokken bij macht, land en rijkdom. De strijd met de keizer in het noorden escaleerde rond de vraag wie geestelijke autoriteit mocht uitoefenen. De keizer liet uiteindelijk een antipaus aanstellen in Avignon, terwijl Rome vasthield aan zijn eigen pauselijke lijn.
De strijd tussen Guelphen en Ghibellijnen verspreidde zich door Italië en daarbuiten. Volgens de geruchten bereikte het conflict een bloedig hoogtepunt in het noorden, waar een leger van Guelphen, armen, rijken, kinderen en volwassenen werd afgeslacht. Battista herkent hierin de gebeurtenissen rond Siena, maar Theodoor kent slechts de geruchten die Rome bereikten.
Na de plotselinge dood van de vorige paus kwam er een conclaaf. Een nederige monnik uit het hart van Italië sprak de kardinalen fel toe en beschuldigde hen van corruptie en het verliezen van de gelovigen. De volgende dag werd hij tot paus gekozen. Hij nam de naam Innocentius aan, “onschuld”, en zette zichzelf vrijwel direct daarna gevangen in Vaticaanstad.
Paus Innocentius weigert sindsdien contact met de wereld. Hij zit achter een deur met kettingen en gulden sloten. Eén keer per dag opent hij een luikje om brood en water aan te nemen. Niemand spreekt hem, zelfs de kardinalen niet.
Een kerk zonder stem
Theodoor maakt duidelijk hoe gevaarlijk deze stilte is. De kerk scheurt uiteen. De antipaus in Avignon wint aan invloed. De Stilieten, heilige mannen en vrouwen die zich afzonderen op zuilen, trekken gelovigen aan en stralen een heiligheid uit die vampieren bedreigt. In Spanje en Valencia groeit de Inquisitie in macht, met priesters en bisschoppen die de wereld tot boetedoening willen dwingen.
Daarbovenop zijn er ridders en riddelijke orden in Vaticaanstad aanwezig. Verschillende koningen en machthebbers willen een nieuwe kruistocht. Alleen de paus kan zo’n oorlog rechtmatig zegenen, maar Innocentius zwijgt. Als hij blijft weigeren, kunnen de ridders en vorsten zich wenden tot de antipaus. Dat zou de wereldlijke macht van Rome ernstig aantasten.
Battista vermoedt dat er meer aan de hand is dan menselijke politiek. Hij spreekt over duivelse invloeden en noemt de Baali. Theodoor schrikt, maar neemt zijn woorden serieus. Hij ziet zelf ook te veel toevalligheden, te veel onverklaarbare gebeurtenissen en te veel tekenen dat een andere hand aan het roer staat.
Theodoor verbindt Battista’s aanwezigheid aan het grotere thema van de juiste dood, de orde van de correcte dood en de rol die Mendoza hem ooit heeft getoond. Volgens hem is het geen toeval dat Battista juist nu in Vaticaanstad is. Hij belooft hem te helpen en brengt hem richting de pauselijke tuinen.
Lucrezia in de Schaduwachterhaven
Terwijl Battista bij Theodoor is, bevindt Lucrezia zich onder een kruisvaarderskerkhof. De begraafplaats is gewijd, maar niet zuiver heilig. De zonden van de begraven kruisvaarders hebben de plek tot iets dubbelzinnigs gemaakt: gezegend, maar niet langdurig genoeg om de duisternis volledig te weren. Daardoor is het een perfecte schuilplaats voor de Schaduwachters.
De ruimte onder het kerkhof lijkt op een open graf. Aarde en steen vormen de wanden, versterkt met geroofde, gebroken sarcofagen van generaties kruisvaarders. Vier Schaduwachters zijn aanwezig, twee mannen en twee vrouwen. Zij dragen priesterlijke of kloosterlijke kleding, met ergens op hun gewaad het teken van de gulden sleutel.
De Schaduwachters herkennen Lucrezia als voormalig zuster van hun orde. Zij danken haar, want de schaduwpaden die zij boven gebruikte waren voor hen al decennia onbekend. Haar aanwezigheid en kennis hebben hun werk opnieuw gemakkelijker gemaakt.
Leonardo en de Abyss
Het gesprek wordt al snel ernstiger. De Schaduwachters weten dat Lucrezia vermoedelijk met Leonardo naar Siena zal terugkeren. Zij vragen of zij zeker weet dat dit haar pad is. Niet omdat Leonardo’s wil onduidelijk is, maar juist omdat hij volgens hen geen echte band met de Abyss heeft.
Leonardo is machtig, politiek invloedrijk en gebruikt de duisternis voor zijn eigen doeleinden, maar hij is nooit een Schaduwachter geweest. Volgens de orde deelt hij hun roeping niet. Lucrezia daarentegen draagt de duisternis werkelijk met zich mee.
De Schaduwachters spreken vervolgens over Giancarlo’s machine in Siena. Deze duistere artifice veroorzaakt golven in de Abyss en zet de duisternis naar de hand van een jonge Lasombra. Daardoor verdwijnen paden, verzwakken schaduwwegen en wordt het werk van de Schaduwachters steeds moeilijker.
Tegelijk groeit het Gulden Gordijn rond Vaticaanstad elke dag verder. De Schaduwachters meten hoe het zich uitbreidt, meter na meter. Eén van de eerste Stilieten dreigt bijna door het Gordijn bereikt te worden. Wat er gebeurt als deze twee krachten elkaar raken, weten zij niet, maar hun vermoedens spreken van onheil.
Volgens de Schaduwachters mag Leonardo daarom niet slagen in zijn doel. Zij geloven dat hij Giancarlo’s machine wil overnemen of haar kennis voor zichzelf wil gebruiken. Zij vragen Lucrezia om hem tegen te werken, koste wat kost, zelfs als dat betekent dat zij zich tegen haar sire moet keren.
De gave van de Schaduwen
De Schaduwachters erkennen dat Leonardo machtig is en veel bondgenoten heeft. Zij kunnen zelf Rome niet verlaten zonder hun anonimiteit en functie te verliezen. Lucrezia daarentegen staat dicht bij Leonardo en heeft de kracht en potentie om iets te doen.
Zij bieden haar kennis aan: gaven van de Tenebros, krachten uit de duisternis waar Leonardo geen weet van heeft. Deze krachten kunnen haar helpen om zijn wil te dwarsbomen, maar de waarschuwing is duidelijk. Als zij deze wil van de duisternis gebruikt tegen de wensen van de schaduwen, zullen de schaduwen haar verlaten.
Lucrezia denkt na over Giancarlo’s plannen, de machine, de Gevallen Ster, Theodosius, Mathilda, Eurydice en Leonardo’s onmiddellijke interesse toen hij over de machine hoorde. Zij probeert de losse stukken aan elkaar te knopen en doorgrondt langzaam dat Giancarlo niet alleen macht in Siena zoekt, maar mogelijk controle over iets veel groters: niet alleen politieke werelden, maar ook de werelden daarachter.
In dat moment voelt Lucrezia de Abyss haar bijna omarmen. Kennis is nacht. Vanuit die duisternis ziet zij de lijnen duidelijker. Dan merkt zij iets anders: één van de vier aanwezige Schaduwachters is dezelfde figuur die de vorige avond bij Leonardo aanwezig was. Zijn bondgenoot is hier ook.
Cedric na de Tiber
Aan de andere kant van de Tiber klimt Cedric zwaar gewond uit het water. Hij is nat, verbrand, bebloed en vernederd. In een steeg gebruikt hij Chimistry om zich aan het zicht te onttrekken en begint hij zijn wonden met bloed te genezen.
De kruisboogwond in zijn rug sluit langzaam. De verbrande huid, aangetast door heilig water en het Gulden Gordijn, groeit pijnlijk terug. Cedric voelt zijn vitae weer door zijn lichaam stromen en daarmee keert ook een gevoel van macht terug. De machteloosheid die hij binnen Vaticaanstad voelde, wil hij nooit meer ervaren.
Hij denkt aan Lucrezia, die hem tijdens de vlucht achterliet. Hij begrijpt waarom zij het deed, maar voelt zich toch verraden en kwaad. Die frustratie blijft onder de oppervlakte terwijl hij zichzelf bij elkaar raapt.
De rat en de deal
In de steeg hoort Cedric iets knagen. Een dikke, oude rat komt tevoorschijn: kaal op plekken, met een beschadigd oor, één oog en een vingerdikke staart. Via Animal Ken begrijpt Cedric dat het dier honger heeft. Niet zomaar honger, maar honger naar zijn verbrande, loshangende vlees.
Cedric onderhandelt. De rat wil eten; Cedric wil geheimen. Hij zoekt toegang tot zijn clangenoten, de Ravnos. De rat beweert geheimen te hebben, maar wil eerst vlees. Cedric snijdt een stuk loshangende huid van zijn eigen arm, verdeelt het en geeft de rat een deel. Het dier verslindt het onmiddellijk.
Daarna volgt Cedric de rat, maar het dier lijkt te verdwijnen. Wanneer hij de sporen onderzoekt, vindt hij geen doorgang maar een plek waar iemand verborgen staat. Cedric reikt uit en raakt iets zachts. De verhulling valt weg.
Robin de Haan
Voor Cedric staat een Nosferatu. Hij is klein en gekleed in overdreven aristocratische, donkere kleding, bijna als poppenkleding voor een jonge prins. Zijn gezicht is gruwelijk: de huid lijkt te strak naar achteren over zijn schedel getrokken, met een hanenkamachtige plooi achter op zijn hoofd. Zijn tanden en mond vormen bijna een snavel. Hij noemt zichzelf Robin, ook wel De Haan.
Robin heeft de rat, Kevin, op zijn schouder. Hij maakt meteen duidelijk dat Cedric hem gevonden heeft, niet andersom. Daarna confronteert hij Cedric met het feit dat de ondergrond van Rome aan Clan Nosferatu behoort. Volgens Robin hebben Cedric en zijn coterie zonder uitnodiging hun domein betreden.
Het gesprek loopt snel op. Cedric probeert uit te leggen dat Carpe Noctum, de voormalige Witte Duif, aan de coterie is gegeven. Robin stelt dat de vorige eigenaren niet het recht hadden ondergrondse toegang of tunnels weg te geven. Alles onder de grond behoort aan de Nosferatu.
Wanneer Cedric defensief blijft, zet Robin de druk verder op. Hij eist respect en verantwoordelijkheid. Uiteindelijk herpakt Cedric zich. Hij stelt zichzelf opnieuw voor als Cédric Loran, erkent dat hij de regels van Rome niet kent, vraagt om hulp en spreekt Robin als gelijke aan.
Dat is wat Robin wilde zien. Hij onthult dat hij Cedric aan het testen was. Hij wilde weten of Cedric arrogant zou blijven of in staat was zijn fouten te erkennen. Daarna wordt de toon vriendelijker. Robin bevestigt dat er een oud verbond bestaat rond de Witte Duif. Zolang Carpe Noctum een sanctuary blijft, een plek voor iedereen die geen andere plek heeft, respecteert Clan Nosferatu dat domein.
Naar de Ravnos
Cedric vraagt naar de Ravnos. Robin weet waar zij zijn, maar zegt dat hun territorium gerespecteerd wordt. Het spel is dat een Ravnos hun plaats moet vinden. Toch biedt Robin aan Cedric te begeleiden.
In ruil wil Robin informatie. Cedric vertelt over de Rode Plaag en waarschuwt dat men niet van besmetten moet drinken. Hij toont met Chimistry een beeld van een aangetaste geest, maar laat gevoelige details over Battista en de context weg. Robin wist al dat de ziekte gevaarlijk is, maar accepteert het gebaar omdat Cedric zijn test goed heeft doorstaan en Kevin al goed gevoed is.
Terwijl Robin Cedric begeleidt, wil hij het hele verhaal horen over wat er in Vaticaanstad is gebeurd. Cedric vertelt aangedikt en selectief over zijn val, vlucht en kruisboogwond. Robin legt een arm om hem heen en leidt hem midden over straat. Dankzij zijn verhulling merken stervelingen hen niet op. Samen verdwijnen zij de nacht in, op weg naar de verborgen Ravnos.
De deur van paus Innocentius
Terug in Vaticaanstad leidt Theodoor Battista en Immaculato door de gangen richting de pauselijke tuinen. Onderweg passeren zij een kruispunt. Battista weet dat rechts aan het einde van de gang een bijzondere deur staat: de deur waarachter paus Innocentius gevangen zit.
De deur is rood zoals de andere deuren, maar bedekt met kettingen, sloten en verankeringen in de muur. Er zit een klein luikje in. Voor de deur staat een leeg dienblad. Battista voelt onmiddellijk een zware golf van geloof. Het is niet hetzelfde als buiten, maar wel bedwelmend: de druk van duizenden, misschien miljoenen gebeden die zich richten op deze ene kamer en onbeantwoord blijven.
Battista weet dat het gebruik van disciplines binnen het Gulden Gordijn gevaarlijk is. Toch voelt hij ook dat hem binnen Mendoza’s vertrekken en deze gangen een vorm van toegang is verleend. Hij besluit Auspex te gebruiken.
Battista wordt blind
Battista richt zijn innerlijk oog op de geest achter de deur. Hij kiest niet voor het lezen van de aura, maar probeert de gedachten zelf te bereiken. Hij voelt een bewustzijn, diep in gebed. De gebeden lopen als uitgesleten groeven door de geest van deze persoon, bijna automatisch.
Daaronder hoort Battista de ware gedachten. De paus moet volhouden. Hij doet dit voor haar. Hij doet dit voor hen. Hoe erg hij ook lijdt, hoe zwaar de last ook is, hij moet zijn gelofte gedenken. Hij mag niet falen, niet wankelen. Wat hij in een tuin heeft gezworen, omringd door doorns en rozen, bindt zijn hart nog steeds. Zijn hart bloedt voor haar en haar zuster, maar hij kan niet anders dan volhouden.
Battista probeert dieper te gaan. Hij wil de geest aanzetten om meer prijs te geven over het gesprek of de gebeurtenis in die tuin. De wil van de paus is echter als een stalen kooi. Toch krijgt Battista een korte flits: een gebogen figuur in eenvoudig, nieuw gesponnen gewaad, knielend voor een simpel houten kruis.
Dan ziet Battista dat de ogen van het kruisbeeld terugkijken. Niet de ogen van een schildering of symbool, maar de ogen van het beeld zelf. Op dat moment verliest hij zijn zicht. Niet door een flits van licht, maar alsof zijn ogen simpelweg uitgaan.
Belangrijke Reveals
- Kardinaal Mendoza is al lange tijd afwezig uit Rome en reist door Europa of verder.
- Paus Innocentius heeft zichzelf daadwerkelijk opgesloten en weigert vrijwel ieder contact.
- De kerkelijke crisis bestaat uit meerdere krachten tegelijk: de antipaus, de keizer, de kruistocht, de Stilieten, de Inquisitie en Mendoza’s afwezigheid.
- Giancarlo’s machine verstoort de Abyss en heeft direct effect op de Schaduwachters.
- Leonardo wil vermoedelijk kennis van of controle over deze machine.
- De Schaduwachters zien Leonardo als een gevaar voor de Abyss.
- De Nosferatu claimen de ondergrond van Rome.
- Carpe Noctum, de voormalige Witte Duif, wordt door de Nosferatu gerespecteerd zolang het een sanctuary blijft.
- De gevangen paus lijkt gebonden door een eed die verband houdt met “haar”, “haar zuster”, een tuin, doorns en rozen.
- Een kruisbeeld of de macht achter dat kruisbeeld heeft Battista opgemerkt en hem blind gemaakt.
Nieuwe Elementen
- Vader Theodoor: ghoul van Kardinaal Mendoza. Hartelijk, trouw, gelovig en goed bekend met de pauselijke vertrekken en tuinen.
- Robin, De Haan: Nosferatu van Rome. Grotesk, sluw, testend, maar bereid tot wederzijds respect.
- Kevin: een dikke, oude rat van Robin. Hongerig, brutaal en nuttig als gids.
- De Schaduwachterhaven: een ondergrondse schuilplaats onder een kruisvaarderskerkhof in Vaticaanstad.
- De deur van paus Innocentius: een met kettingen en gulden sloten verzegelde deur waarachter de paus zichzelf gevangen houdt.
Open Threads
- Wat heeft paus Innocentius precies gezworen in de tuin met doorns en rozen?
- Wie is “haar” voor wie de paus volhoudt?
- Wie is “haar zuster”?
- Wat keek via het kruisbeeld terug naar Battista?
- Is Battista tijdelijk of permanent blind?
- Wat wil Kardinaal Mendoza werkelijk bereiken met zijn afwezigheid?
- Hoe ver reikt de invloed van de Baali in de kerkelijke crisis?
- Wat is Leonardo’s exacte plan met Giancarlo’s machine?
- Kan Lucrezia Leonardo tegenwerken zonder zichzelf politiek of spiritueel te vernietigen?
- Waarom was één van Leonardo’s Schaduwachter-bondgenoten aanwezig bij de geheime bijeenkomst tegen hem?
- Wat zal Cedric aantreffen bij de Ravnos?
- Welke prijs gaan de Nosferatu later vragen voor hun hulp?
Character Moments
Battista staat deze sessie sterk in het teken van geloof, verantwoordelijkheid en gevaarlijke nieuwsgierigheid. Hij toont zorg voor Immaculato door diens biecht niet overhaast te forceren, maar kiest er later wel voor om met Auspex naar de paus te reiken. Die keuze levert cruciale informatie op, maar kost hem zijn zicht.
Lucrezia wordt opnieuw geconfronteerd met haar identiteit als Schaduwachter. De orde erkent haar kracht en haar band met de Abyss, maar vraagt haar ook iets bijna onmogelijks: zich tegen Leonardo keren. Haar loyaliteit aan haar sire botst nu direct met haar spirituele verbondenheid met de duisternis.
Cedric begint gebroken, vernederd en woedend, maar weet zich sociaal te herpakken. Zijn gesprek met Robin begint bijna als een dreiging, maar eindigt in respect en hulp. Hij bewijst dat hij ondanks zijn frustratie kan schakelen van verdediging naar diplomatie.
Immaculato verlangt naar spirituele bevestiging via biecht of ritueel, maar accepteert Battista’s oordeel dat de voorbereiding nog ontbreekt. Zijn band met Battista wordt expliciet benoemd als iets dat mogelijk grote spirituele waarde heeft, maar ook gevaarlijk kan zijn.