Siena — De Vloek en de Vallende Ster
De campagne begint in Siena, een zelfstandige stadstaat in middeleeuws Italië. Twee nieuwkomers arriveren vrijwel gelijktijdig:
- Lucrezia Maurana (clan La Sombra), gearriveerd per zwarte koets.
- Cedric Loran (clan Ravnos), reiziger uit Frankrijk.
Hun aankomst valt samen met een openbare executie: de jonge vampier Eurydice wordt beschuldigd van ketterij en duistere magie. De aanklacht wordt geleid door Giancarlo, een machtige La Sombra uit Venetië. De prins van Siena is Mathilda, Eurydice’s zus en vertegenwoordiger binnen het Conclaaf.
Eurydice wordt verbrand en spreekt tijdens haar dood een vloek uit over de stad. Op het moment van haar dood barst een explosie van duistere energie los.
Mathilda vraagt Lucrezia en Cedric – als relatief neutrale buitenstaanders – om samen met haar adviseur Battista (Cappadocian priester en arts) onderzoek te doen.
Onderzoek naar Eurydice
In Eurydice’s kamer vinden zij tekenen van occulte rituelen: kruiden, gifstoffen, een verborgen ruimte. Toch lijkt het mogelijk dat bewijs in scène is gezet.
Op de plek van de brandstapel ontdekken zij een mystiek driehoekig symbool. Bij aanraking krijgen ze een visioen: Eurydice keek niet naar haar aanklagers, maar naar een vallende ster met twee vurige staarten.
Ze zoeken hulp bij de Tremere-magiër Theodosius, die verwijst naar de Annalen van Cassandra. Hij heeft de inslaglocatie van de meteoriet gevonden.
Het Woud en de Meteoriet
De bossen rond Siena zijn vijandig en vervormd. Dwaalsporen, agressieve natuur, doornmuren en vreemde rode bloesems maken de reis gevaarlijk.
Ze ontmoeten Brutus, een verwilderde Gangrel die zegt het woud te bewaken in opdracht van Eurydice. Zijn geest lijkt gebroken.
Bij de inslagplaats blijkt de meteoriet omringd door immateriële entiteiten: Fae-wezens die proberen de wereld binnen te dringen. Ze spreken met een entiteit genaamd de Nachtuil.
Theodosius helpt bij het veiligstellen van de meteoriet, maar zijn motieven worden steeds twijfelachtiger.
Intriges in Siena
Terug in Siena ontdekken ze:
- Een geheime tunnel van Eurydice’s kamer naar de catacomben.
- Een verbinding naar de Ridderorde van het Zwarte Kruis (loyaal aan Giancarlo).
- Dat kardinaal Bonsignore samen met de Britse paladijn Tristram cruciale getuigenissen leverde tegen Eurydice.
- Dat het meteorietsymbool voorkomt in Mathilda’s wandtapijten.
De waarheid wordt steeds troebeler.
Het Conclaaf en het Kasteel
Mathilda reist naar een Conclaaf-bijeenkomst. Onderweg sluiten zich bij haar aan:
- Arlequino, haar ziener en nar
- Minerva, Gangrel-boodschapper
Rond het kasteel ligt een groot leger Guelphs. Binnen bevinden zich verschillende machtige afgezanten, waaronder:
- De Keltische druïde Deirdre
- De Noorse krijger Bjorn Bjornsson
- De Egyptische vampier Murdus
- De Mongoolse jager Tesmu
- De handelaar Kongmas
Giancarlo spreekt openlijk over een toekomst waarin vampieren Europa domineren. Er wordt een duister ritueel uitgevoerd rond een zwarte kist.
Cedric ontmoet in de catacomben een mysterieuze Salubri, die hem geneest en raadselachtig spreekt.
Vergiftiging en Chaos
Tijdens een bloedtoast wordt Mathilda plots vergiftigd. Battista ontdekt sporen van een vampirische variant van cordyceps.
Via een geestcontact ontdekken ze dat Mathilda zichzelf in torpor bracht om te voorkomen dat haar geïnfecteerde bloed zou worden doorgegeven.
Chaos breekt uit. Het kasteel wordt belegerd. Een mysterieuze minstreel blijkt Orpheus, Eurydice’s geliefde.
Via een ritueel spreken ze met Eurydice’s geest. Zij onthult dat iets haar bezeten had — een externe, helse kracht. Ze ontdekken aanwezigheid van de Baali, die het komende bloedbad willen gebruiken als offer.
De groep vlucht met Mathilda en redt Immaculato, leider van de Guelphs.
De Schaduwmachine en Theodosius
In Siena bouwen Giancarlo en Theodosius een duistere constructie: een toren/baken en een mechanische bol verbonden met de schaduw (ombra).
Ze vallen Theodosius aan en vernietigen hem, maar hij opent een doorgang naar de Bibliotheek van de Moet.
Het Hof van de Fae
In een droomwereld ontmoeten zij vertegenwoordigers van het Hof van de Fae.
Ze spreken met Nikostratos, die hulp belooft te zoeken in Valencia.
De Nachtuil onthult het bestaan van een oud verbond tussen vampieren en de Fae:
- De Fae schenken vermogens.
- Vampieren betalen een Tiendeel.
De Nachtuil is zijn vermogens kwijtgeraakt; daardoor is de balans verstoord. Een nog duisterdere macht wacht op betaling. Hij vraagt de groep om zijn vermogens terug te vinden.
Vijftig Jaar Later
Wanneer ze terugkeren naar Siena blijkt bijna vijftig jaar verstreken. Giancarlo regeert als regent.
De groep besluit bondgenoten te zoeken buiten Siena en vertrekt naar Rome. Lucrezia maakt haar ghoul Gianni tot vampier en voedt hem op binnen clan La Sombra.
Rome — Geloof en Vuur
In Rome is de kerk in crisis: paus Innocentius heeft zichzelf geïsoleerd. De Spaanse Inquisitie groeit in macht en de fanatieke Stylieten domineren het straatbeeld met hun intense geloof.
De groep zweert trouw aan de stad via de Bocca della Verità en ontmoet pretor Locusta. Om vertrouwen te winnen moet Battista twee vampieren in Wassail vernietigen die cordyceps verspreiden.
Ze nemen onderdak bij Leonardo (Lucrezia’s vader), maar verliezen toegang tot diens bibliotheek met de Annalen van Cassandra.
De Sapienza en de Mislukte Séance
Battista onderzoekt cordyceps aan de Sapienza Universiteit. Hij probeert via necromantie te spreken met de geest van Cedrics overleden ghoul. Het ritueel mislukt: de geest keert zich tegen hem en werpt hem in een trance van nachtmerries.
Battista overleeft ternauwernood, maar vernietigt in het proces de onderzoeksruimte en belangrijke sporen.
Huidige Situatie
- Giancarlo regeert Siena.
- Mathilda is in torpor.
- De cordycepsziekte verspreidt zich.
- De Fae eisen het Tiendeel.
- De Inquisitie groeit.
- Rome is instabiel.
- De groep zoekt bondgenoten.
De ware aard van Eurydice’s bezetenheid — en Giancarlo’s rol daarin — blijft onduidelijk.